Maak van jouw echte of ideale plek een landschapsontwerp. Zoek je plek op google maps. Als je geen echte plek nog hebt, maak dan een fictieve plattegrond. Je kunt bv. een interessante plek in je omgeving als voorbeeld gebruiken om te oefenen.

Wind, water, zon en aarde
Teken als eerste in de tekening de windrichtingen, de plek van de zon, plekken met water en relief en geef aan waar de overheersende wind vandaan komt.
Zonering

Maak vervolgens op de tekening 5 zones: zone 1 is in het rondom de woning(en). Zone 2 is wat verder weg, maar nog steeds heel dichtbij. Zone 5 uiteindelijk is de zone van de wilde natuur, waar je als mens in principe niet komt.
Teken in alle zones de functies die je hier logischerwijs plaatst, bijvoorbeeld een groententuin, een plek voor fruit of kippen, een plek voor elementen als houtopslag, composthoop, waslijn etc. En vergeet niet voor jullie groepsactiviteiten een vuurplek, een plek van samenkomst etc.
Bedenk allerlei mogelijke elementen die passen in jouw landschapsontwerp en zoek een logische plek hiervoor.